Eb : afgaand water. In de volksmond ( maar officieel fout) ook vaak laagwater genoemd ( zie ook: getijden, vloed)
Eendenkooi: een ruime waterplas, omgeven door dichte begroeiing van struiken en kruiden met als doel eenden te vangen (vroeger als voedselbron)
Egalisatie: letterlijk gladstrijken. Iets wat onregelmatig is gelijk maken. Bijvoorbeeld een reliëfrijke akker egaliseren.
Elzenmeet: aanplant van elzenhakhout op de drassige binnenduinranden.
Enkeerdgrond: door de mens gevormde bodem van 50 cm of dikkere laag die een hoog percentage organisch materiaal bevat. Dit bodemtype vinden we op de essen (enken).
Essen, engen of enken: met mest opgehoogde akkers die vroeger rondom (brink) dorpen in het zandlandschap te vinden waren.
Esdorp: dorpstype, ook bekend onder de naam brinkdorp, op de zandgronden waarvan de kern van het dorp wordt gevormd door een brink, omgeven door boerderijen en akkers (essen).
Erfgoed: elementen uit de cultuur die bewaard moeten blijven omdat ze een belangrijk onderdeel zijn van de cultuur van een samenleving. Bijvoorbeeld volksverhalen, liederen, gebouwen.
Erfgoedhuizen: een (provinciale) instelling die de belangstelling voor het behoud van het verleden in allerlei vormen (het erfgoed) bevordert. Het zijn service- en kenniscentra voor het erfgoed en erfgoededucatie. Ze ontwikkelen en leveren talrijke producten en diensten aan beheerders en gebruikers van erfgoed.
Erfpacht: grond die voor zeer lange tijd (vaak 99 jaar) in pacht wordt uitgegeven aan een pachter of zijn of haar erfgenamen. Die pachter kan zich gedurende die periode gedragen als eigenaar.
Erosie: uitschurende werking van water, wind of ijs.
Estuarium: trechtervormige riviermonding, die breed en op diepte wordt gehouden door de eb-en vloedstroming. De monding van de Schelde is dus een estuarium en geen delta zoals velen denken!